Gelukkig is ze niet normaal

Leuke titel, nietwaar?

Dat is de titel van deel 8 in de serie ‘Lichte Euforie’.

Onlangs nog een berichtje gepost op deze blog en vandaag bijna vier uur bezig geweest om deel acht in de serie neer te pennen. Een 2500 tal woorden. ongeveer 12 woorden per minuut. Binnenkort zal ik eens neer pennen waar het in die serie om draait. Aangezien ik deze blog (en site) ernaar vernoemd heb, is het misschien ook eens de moeite om wat achtergrond neer te pennen over de originele serie. De serie waar ik dus vanavond het achtste deel heb geschreven. (Valt het op dat ik nogal trots op mijzelve ben?)

Dat is een van de voordelen van schrijven. Het kortstondige moment van gelukzaligheid en voldoening. Een roes waar ik me nu nog in bevind.

Nog een detail meegeven. Dit verhaal is wederom geheel op dezelfde wijze tot stand gekomen als het overgrote merendeel. Daarstraks het basisidee voor het begin van het verhaal gevormd. Vanavond aan begonnen, met niet meer dan dat basisidee. De rest is ter plekke tot stand gekomen. Wederom met het soort twist op het einde dat ik een beetje als mijn signatuur beschouw.

Tot stand gekomen al luisterend naar Puscifer. No music for the masses, denk ik, maar wel verschrikkelijk goed.

En nu met z’n allen: Hiep Hiep…

 

HOERAAAAA

 


Gelukkig…. I still don’t give a …

Er gaat niets boven verdwijnen in een eindeloze woordenstroom die ontstaat in je eigen geest.
Okee, er zijn misschien wel enkele zaken die daar nog boven staan, maar toch niet veel.
Het zich terugtrekken in een eigen universum is verslavend.
Meestal gaat het gepaard met muziek, liefst met hoofdtelefoon. Het zorgt voor een barrière tussen het werkelijke en het onwerkelijke. Ook helpt het wanneer de concentratie even verloren gaat. Het zorgt dan voor een afleiding buiten het werkelijke. Indien de woordenstroom een wereld is en het werkelijke leven de ruimte, dan is de muziek de atmosfeer. Het is een beschermende bel. Een huilende baby dringt immers niet meer zo gemakkellijk door. Immers… als een baby huilt in een bos waar nooit bomen omvallen, of indien dat toch gebeurt dit geheel geluidloos doen, ver van enige menselijke aanwezigheid, of indien ze toch aanwezig zijn, ze een hoofdtelefoon op hebben met luide muziek, onderwijl doordrongen van gedachten die geen verband houden met het werkelijke bos waarin ze zich bevinden, maakt hij dan geluid? En als een baby huilt zonder geluid te maken, huilt hij dan wel? En als de baby zich niet in dat bos bevindt, maar in ons huis, maar alle andere voorwaarden gelden nog (vooral het deel van de bomen… er is immers nog nooit een boom omgevallen in mijn huis), kan dan niet dezelfde filosofie gevolgd worden? Ik persoonlijk tracht te pleitten van wel. Leven in algehele ontkenning kan zo zijn voordelen hebben.
Nu moet ik nog een soortgelijke oplossing vinden voor een tweejarige bengel van het vrouwelijke geslacht die constant om aandacht vraagt en voor hun respectievelijke moeders, ook van het …euh… vrouwelijke geslacht, die gelukkigerwijs dezelfde persoon zijn, zodat dat probleem reeds gehalveerd wordt, nog voor het zich stelt.
Ik vrees echter dat zowel de mama als de peuter krachtiger zijn dan enige filosofie ooit geopperd, zodat er geen ontsnappen mogelijk is. Het is zoiets als met andere pijnen. Een kleine snee kan door pure wilskracht nog ontkend worden, zodat het gevoel van pijn nimmer aanwezig is, maar een gapende wonde waarbij een deel van je lichaam ongewild dienst kan doen als raam is door de krachtigste filosofen niet meer te ontkennen. Al spreek ik gelukkig niet uit ondervinding. Het enige geluk bestaat er vervolgens in dat de twee krachten, die van de bengel en die van de moeder, elkaar soms opheffen. Eentje die om aandacht smeekt en eentje die aandacht wil schenken.
De realiteit is steeds nadrukkelijker aanwezig in mijn leven. Ach, hoe graag ik ook klaag, ik houd er eigenlijk wel van. Ik zie mijn schatten immers veel te graag. Alle drie. Ik zie u graag !
Voor al de rest…
Een prettig 2009.
Of niet.
I don’t give a fuck.

 


Grappige Gedachte

Een grappige gedachte is me net binnen geschoten.
Ik houd van muziek en ik gedraag me daardoor soms redelijk belachelijk.
Doordat in mijn geest vaak deuntjes hoor, gebeurt het dat ik zit te bewegen op de muziek die ik alleen hoor. Ik kan me voorstellen dat wanneer iemand me dan zou observeren er toch een vage glimlach op zijn lippen zou komen. Ook in de auto durf ik soms redelijk heftig bewegen op de maat van de muziek. Dat komt omdat het ook vaak behoorlijk heftige muziek is. Ook dat is muziek die ik alleen hoor, of toch hoogstens door mij en enkele medepassagiers. Mensen buiten de auto horen wederom niets en ook dat heeft meermaals geleid tot een glimlach en af en toe wijzende vingers. Ik ben innerlijk sterk genoeg om me daar niets van aan te trekken en af en toe leidt het zelfs tot leuke situaties.
Zo is er die keer dat ik in de file naar Brussel mij flink aan het uitleven was op de keiharde muziek in mijn autootje. Ik zie in mijn achteruitkijkspiegel een taxi opdagen. Een struise neger met rastahaar en een typische rood-geel-groene pots zit achter het stuur. Ook hij zit te swingen in zijn auto en de herkenning maakt dat ik glimlach. Het duurt niet lang voordat hij mij ook in de gaten krijgt en ook hij glimlacht. Wanneer hij niet veel later langs de zijkant op dezelfde hoogte als mij komt (gegarandeerd dat ik in het rijvak zit dat het traagste vooruit komt; als je mij ooit in de file tegenkomt, zorg er dan voor dat je in een ander rijvak zit als mij, als je snel vooruit wil komen !), steekt hij zijn duim op ter herkenning dat we naar goede muziek aan het luisteren zijn en dat we beiden aan het genieten zijn. De kans is zeer groot dat we naar compleet verschillende muziek aan het luisteren zijn, maar de herkenning van muziekfanaten onderling was wat telde.
Maar eigenlijk deed de gedachte mij aan een ander verhaal uit mijn verleden denken. Een verleden dat zich verder bevindt van de huidige tijd dan het vorige verhaal. Vroeger gingen mijn ouders vaak op vakantie. En ik ging evenvaak mee. Toen het nog bestond als zijne een vakantiepark, brachtten wij elke grote vakantie vier weken door in vakantiepark Les Dolimarts in Bohan. Ik heb daar leuke tijden beleefd, ik heb daar slechte tijden beleefd. Tijd zorgt er voor dat we voornamelijk de leuke tijden herinneren en de slechte vergeten. Dit is een van die leuke herinneringen. We (mijn ouders, mijn broer en ik – al weet ik niet zeker of mijn broer er bij was, aangezien die ouder is dan ik en de laatste jaren thuis bleef… enfin, we dus) zitten in een klein dorpje net over de Franse grens. Ik weet niet meer goed wat we precies deden, maar als ik het me goed herinner, waren we volop bezig aan een pick-nick. Een bezigheid die we vaak deden, aangezien we vaak gedurende de middag op wandel waren. We zaten op een klein pleintje, eigenlijk meer een enorme verbreding van de straat die door het dorpje liep. Aan de overkant zaten verschillende mensen en aangezien we toch niets beters te doen hadden, begon ik de mensen te observeren. Eentje zat er op een richel, met naast hem een gigantische draagbare radio. Yep, het was de tijd van de boomboxen (of ghetto blaster – voor wie niet weet waarover ik het heb: het betreft hier enorme radio-cassettespelers, die nog net gedragen kunnen worden door 1 persoon en de meeste hebben veel knopjes en evenveel lichtjes die allemaal niets speciaals doen, maar meer ter versiering dienen). De persoon vlak naast deze draagbare muziekspeler zit netjes weg en weer te wiegen, op de maat van de beat vermoedden wij. Het was immers net te ver om een beat te kunnen onderscheiden. Naarmate ik mijn aandacht verschuif naar de anderen, wordt het al snel duidelijk dat deze mensen een lichte afwijking qua verstandelijke capaciteiten hebben. Tegen dat we onze boterhammen bijna ophebben, komen er verschillende mensen in witte jassen uit een groot gebouw. Zij beginnen de anderen naar binnen te doen en wat mij toen opviel was dat een van de mensen in wit de radio mee naar binnen nam, maar dat de persoon op de richel even strijdvaardig bleef wiegen op muziek die er niet meer was.
Toen heb ik daar vreselijk om moeten lachen. Maar het zou mij evengoed kunnen overkomen. Ik zit immers vaak te bewegen op een beat die er niet is, tenzij in mijn hoofd.
Ik hoop alleen maar dat de mannen in wit mij niet komen halen.

 


Alabama Song

(Update – 06-06-2008 – Het nummer is aangepast, hopelijk verbeterd. Voornamelijk volumes, maar ook een zanglijn toegevoegd op het refrein)

Mijn nieuw nummer is klaar.
Het is een cover van Kurt Weill (maar is waarschijnlijk beter bekend van the Doors):
Alabama Song (Whiskey Bar).
Ondanks het feit dat ik geheelonthouder ben, hebben dit soort nummers mij altijd aangetrokken (ander voorbeeldje is Nick Cave met Brother, my cup is empty).
Om deze song te maken, heb ik 190 opnames gemaakt:
39 Bas opnames (waarvan 9 gebruikt)
101 Gitaar opnames (waarvan 16 gebruikt)
50 Zang opnames (waarvan 8 opnames gebruikt)
Aangezien de drum volledig digitaal is, zijn hier geen opnames aan te pas gekomen (maar ook dit vraagt de nodige tijd en moeite).
Freya heeft 1 opname gemaakt. Hoe dit ongeveer in zijn werk is gegaan zie je hier beneden. Schattig, niet ?

Het gehele project heeft 10 dagen geduurd en het eindresultaat neemt 5 minuten van uw tijd in beslag.
Hier de link naar de MP3:
Alabama Song (Whiskey Bar)
Ik weet dat ik in herhaling val met het volgende zinnetje, maar dat maakt het niet minder waar:
I hope you enjoy !

Hier dan nog de foto van de opname van Freya:

Alabama Freya

Binnenkort (hopelijk toch) weer meer informatie over mijn huidig verhaal !

 


Mysterious Fly returns

Ik ben recentelijk bezig geweest met een aantal zaken.
In het echte leven behoort het plaatsen van een schommel (met uitkijktoren) tot één van de meer prestigieuze projecten. Maar dat staat los van wat ik wil beschrijvenop deze blog. Dus schakelen we over op de andere zaken.
Ik heb gewerkt aan het verder uitwerken van een nieuw verhaal. Maar het is niet simpel. Nooit gedacht dat het simpel zou zijn, maar dat betekent niets op het moment dat je voelt dat het niet simpel is. Iets weten en iets voelen zijn twee zeer verschillende zaken. Het uitwerken zorgt voor een goede vordering, maar het schrijven is echter even tot een gehele stilstand gekomen. Dat brengt me bij het volgende waar ik mee bezig ben geweest en meteen ook wat ik eigenlijk wilde vertellen in dit item.
Ik ben bezig aan een nieuw nummer.
Ik weet niet hoe lang het is geleden dat ik nog (in mijn eentje) een volledig nummer heb opgenomen.
Nu is het dus zover. Bas en gitaar zijn in orde. Drum moet nog serieus onder handen genomen worden en de zang moet nog volledig gedaan worden. Ik hoop dit weekend verder te kunnen werken. Maar je weet nooit of het echte leven daar geen stokje voor steekt.
Het is een cover, maar meer wil ik voorlopig niet prijs geven. Binnenkort (hoop ik toch) zal ik het wel voor download aanbieden via deze blog.
En zo probeer ik jullie, de lezers, te binden.
Hopelijk lukt dat een beetje… :-)