Gelukkig is ze niet normaal

Leuke titel, nietwaar?

Dat is de titel van deel 8 in de serie ‘Lichte Euforie’.

Onlangs nog een berichtje gepost op deze blog en vandaag bijna vier uur bezig geweest om deel acht in de serie neer te pennen. Een 2500 tal woorden. ongeveer 12 woorden per minuut. Binnenkort zal ik eens neer pennen waar het in die serie om draait. Aangezien ik deze blog (en site) ernaar vernoemd heb, is het misschien ook eens de moeite om wat achtergrond neer te pennen over de originele serie. De serie waar ik dus vanavond het achtste deel heb geschreven. (Valt het op dat ik nogal trots op mijzelve ben?)

Dat is een van de voordelen van schrijven. Het kortstondige moment van gelukzaligheid en voldoening. Een roes waar ik me nu nog in bevind.

Nog een detail meegeven. Dit verhaal is wederom geheel op dezelfde wijze tot stand gekomen als het overgrote merendeel. Daarstraks het basisidee voor het begin van het verhaal gevormd. Vanavond aan begonnen, met niet meer dan dat basisidee. De rest is ter plekke tot stand gekomen. Wederom met het soort twist op het einde dat ik een beetje als mijn signatuur beschouw.

Tot stand gekomen al luisterend naar Puscifer. No music for the masses, denk ik, maar wel verschrikkelijk goed.

En nu met z’n allen: Hiep Hiep…

 

HOERAAAAA

 


Actie en reactie

Ik heb mijn eerste reactie.
Wel na een voorzichtige aandrang, maar desalniettemin een reactie.
Nu is het wel normaal dat er nog geen reacties zijn geweest, aangezien ik dit project als vrij persoonlijk beschouw (net als mijn teksten eigenlijk)en dus bijna niemand weet heeft van de blog, maar ik zal me hier toch over moeten zetten. Zeker als ik mijn teksten gepubliceerd wil zien.
Ik ga proberen deze blog iets meer kenbaar te maken (zonder de mensen lastig te vallen). Natuurlijk in de hoop meerdere reacties uit te lokken. U heeft het goed begrepen… dit is wederom een niet mis te verstane oproep aan eenieder die dit leest om reacties te schrijven! Dat moet niet lang zijn, er hoeft zelfs niets zinnigs in te staan (I’m easily amused). Het motiveert echter wel.

Genoeg meta-blog-spul.

Ik heb mijn lijstje gemaakt. Het zijn op dit moment 79 verhalen (en er blijkt nog een geschreven verhaal te zijn dat ik heb overgeslagen bij het digitaliseren). Er zullen er echter nog een aantal verdwijnen van dit lijstje (om verscheidene redenen).
Ik heb bovendien alles in 1 document gestoken en het bevat iets meer dan 40.000 woorden. Dit zullen er dus onvermijdelijk ook minder worden. Ik heb even snel uitgerekend wat dit zou betekenen voor het aantal pagina’s. Isaac Asimov’s “De Foundation en de Aarde” bevat 140.000 woorden (wees gerust; ik heb ze niet geteld, dit staat gelukkig in het voorwoord) en telt iets meer dan 400 pagina’s. 400/140.000*40.000 = 114. Mijn boek op dit moment zou dus ruw geschat 114 pagina’s aan tekst bevatten. Het zouden er in werkelijkheid meer worden, aangezien ik elk kortverhaal op een andere pagina zou laten beginnen (er zou dus pretty veel white space in het boek voorkomen).
Het is wat aan de minieme kant, maar om eerlijk te zijn, vond ik het meevallen. En wie weet… tegen de tijd dat ik aan publiceren toekom, zijn er misschien nog wat verhalen die ik kan toevoegen. Het gaat goed wat dat betreft de laatste tijd. Laat ons hopen dat het goed blijft gaan.
Het schrijven heeft lange tijd stil gelegen en het doet goed om er weer mee te beginnen (of bezig zijn – ondertussen). Het heeft wel als gevolg dat mijn muziek volledig tot stilstand is gekomen (of misschien is dat net de oorzaak van het feit dat ik terug schrijf, want ik ben eerder gestopt met mijn muziek als dat ik terug ben beginnen schrijven…).

Actie en reactie.
Ik moet met kunst bezig zijn.
Zelfs als het tot niets leidt.
Het behoedt mij voor mezelf.
Actie en reactie.

 


Nieuw Verhaal

Tja, moeilijk om spanning op te bouwen met zo’n titel, natuurlijk. Om dan maar meteen met de deur in huis te vallen. In plaats van een blog te schrijven, heb ik vanavond mijn woorden nogmaals in een verhaal gegoten. Nou ja, wat je een verhaal noemt… het is eerder een zorgvuldig geformuleerde mening. Zoiets. Weet ik het. Anyway. Ik heb in een kortverhaal op een avondje gedaan wat me in de muziek nooit is gelukt. Mijn beste vriend in de bloemetjes zetten.
Dat brengt me bij afgelopen weekend. Die hebben mijn vrouw en ik doorgebracht in de Ardennen, samen met mijn beste vriend en zijn vriendin. Onze schattige dochter was er natuurlijk ook bij. Het dotje.
Ik heb ook hem verteld wat ik van plan was. Ik wilde dit doen om twee redenen. Eerste en belangrijkste reden was dat ik het wilde vertellen. Tweede reden was dat ik vond dat hij recht had om het te weten en om eventueel bezwaar te maken tegen sommige verhalen, aangezien hij een groot deel van mijn jeugd prominent aanwezig was en dus ook (al dan niet bewust) onderdeel vormt van sommige verhalen.
Zoals verwacht had hij geen enkel bezwaar en was ook hij enthousiast.
Meer nog… hij kent iemand die een boek aan het uitgeven is. Hij was niet zeker van de manier waarop, maar door zijn uitleg heb ik kunnen opmaken dat het ook via de POD methode is. Hij ging een beetje informeren. Ik heb hem ook laten weten dat ik eventueel bereid was het boek te kopen. Deels omdat ik zo’n boek wel eens wil zien (kwaliteit en eventuele verplichte vermeldingen wil ik wel eens nakijken) en deels omdat het boek me wel kan liggen. Het is immers Science-Fiction. Hey, cool toch?

Verder gaat alles rustig zijn gangetje. Ik ben een lijstje aan het samenstellen met alle verhalen en ik ben bezig alle verhalen in 1 document te steken. Eigenlijk was ik net met beide klaar, maar nu komt er natuurlijk nog een verhaal bij. Nou ja, moet kunnen. Ik ben nog niet aan verbeteren toegekomen. Ik vond het neerpennen van het verhaal even belangrijker.
In het begin dacht ik nog dit jaar klaar te zijn met het boek, zodat ik in het nieuwe jaar onmiddellijk op zoek zou kunnen naar een uitgever. Ik ben ondertussen niet meer zo zeker van deze planning. Maar dat geeft niet. Ik hou vol en dat is meer dan wat ik in het verleden ooit heb gedaan. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat mijn boek er gaat komen. Dat houdt me aan de waggel. Dat en deze blog. Wat op zich ook weer een groot mysterie is, aangezien niemand deze blog leest (Mensen die dit toch lezen: laat een berichtje achter! Al is het maar om mijn motivatie te steunen!). Ik doe dit vooral voor mezelf. Net zoals ik steeds mijn verhalen heb geschreven: voor mezelf. Wat niet wegneemt dat waardering wel zeer belangrijk is voor mij.

 


Into the next phase !

Ik ben een avondmens.
Ja, ik kan vroeg opstaan. Nee, ik heb geen ochtendhumeur. En toch. Toch ben ik een avondmens. Zoals te voorspellen was, heb ik gisteren grotendeels doorgebracht in mijn, overigens zeer comfortabele, zetel.
Vlak voor mijn vrouw terug kwam van haar werk, was ik net begonnen aan het overtypen van het eerste verhaal (van die dag). We zijn toen eerst langs mijn ouders geweest om onze dochter op te halen en nadien hebben we eerst gegeten. Wonder boven wonder ben ik nadien terug aan de laptop gaan zitten om verder te doen. En verder gedaan heb ik! Alle handgeschreven verhalen zijn gedigitaliseerd! Toen ik klaar was, was het al wel een eindje in de nacht (niet zo heel laat, naar mijn mening, maar wel laat genoeg om ervoor te zorgen dat ik deze morgen niet goed uit bed geraakte).
Ik kan dus aan de volgende fase beginnen.
Ik ga eerst een lijstje maken van alle verhalen (en ook zorgen dat ik er geen dubbele meer heb tussen zitten, want sommige verhalen zijn al eens van titel veranderd in de loop van de jaren).
Dan ga ik ze een voor een teruglezen en zo goed mogelijk alle fouten eruit halen. Het lijkt me een hels karwei, maar… a man’s gotta do what a man’s gotta do!

 


To do lijstje

Ik heb de moed gevonden om de blog toch nog enigzins aan te passen en hij ziet eruit zoals ik gewild had. Genoeg geblogd nu! Terug naar mijn boek.

Ik heb nog gigantisch veel werk. Dat schrikt me enigzins af, aangezien ik ook niet elk vrij moment wil besteden aan deze taak. Wat heb ik reeds? Ik heb een bundel kortverhalen. De meeste zijn minder dan een bladzijde. Sommige zijn niet eens digitaal, maar nog met de hand geschreven. Dat is de taak waar ik nu grotendeels mee bezig ben. Het typen van mijn geschreven teksten. Sommige van mijn teksten zou ik (minimaal) willen bewerken. Waarom slechts minimaal? Dat is een verhaal apart. Dat ik nu even ga vertellen.

Eerst een beetje achtergrond. Om dit te begrijpen, is het belangrijk te weten wat voor verhalen het zijn. Het zijn, zoals reeds aangehaald, steeds korte stukjes proza. Het gemeenschappelijke tussen al deze verhalen is het gevoel. Ik heb steeds geprobeerd een gevoel neer te pennen. Vaak is het ook niet meer dan dat. Soms is het in een klein verhaal gegoten (waarbij de actie elementen steeds ten dienste staan van het gevoel dat het verhaal moet opwekken). Deze verhalen heb ik steeds geschreven voor mezelf. Niet om een ander te plezieren, maar eerder om mijzelf te behoeden voor de demonen uit mijn diepste gedachten.
Dit wetende, kan je begrijpen dat ik het zeer moeilijk vind om een verhaal dat ooit vanuit een bepaald gevoel is geschreven nu te herwerken. Meer nog, dat is schier onmogelijk. Nee, het is zeer goed mogelijk, alleen is het resultaat een slechter verhaal dan het origineel. Waarmee we het doel van het herschrijven natuurlijk compleet voorbij schieten. Ik heb het eenmaal gedaan. Een verhaal waarvan ik niet geheel overtuigd was, heb ik herschreven. Ik heb ze beide door mijn vrouw laten lezen. Ze vertelde me wat ik al wist. Het origineel was beter. Dus ik blijf zoveel mogelijk van mijn verhalen af. Hier en daar een kleine wijziging, maar nooit meer dan dat.

Eenmaal dat klaar is, ga ik proberen alle fouten eruit te halen. Hier zie ik ook enorm tegen op. Het is niet alleen saai en tijdrovend. Het vraagt ook nog eens een behoorlijke concentratie. Alsof dat nog niet genoeg is, betekent het ook dat ik wederom al mijn verhalen dien te lezen. Waarom beschouw ik dat als een nadeel? Dat is een verhaal apart. Volg even mee…

Zoals ik daarnet even terloops heb vermeld, zijn mijn verhalen gebaseerd op mijn gevoelens. Meestal op mijn negatieve gevoelens (Happy people have no stories). Vroeger hielp me dat om diezelfde gevoelens te verwerken. Eenmaal neergepend leek het gevoel zich in het verhaal te nestelen. Alsof een entiteit zich van mij losrukte en zich willoos overleverde aan het papier, aan de woorden die ik zonet had bedacht.
That was then, this is now!
Bij het herlezen van een verhaal, komt een klein beetje van het gevoel dat bij het verhaal hoort terug. Pijnlijke herinneringen brengt het echter amper teweeg. Wat me verbaast. Maar het brengt wel het gevoel terug en die zijn des te pijnlijker. Ik ken het gevoel maar al te goed. Het is lange tijd mijn trouwe bondgenoot geweest. Waarschijnlijk heeft hij me nooit verlaten, maar ik ben er gewoon beter in geworden hem te negeren.

Eenmaal alles is gechecked op mogelijke fouten, wordt het tijd om het kaf van het koren te scheiden. Wederom aartsmoeilijk. Want het is voor mij nagenoeg onmogelijk om objectief over die verhalen te oordelen. Ik wijt het aan het feit dat ze voor mij onlosmakelijk zijn verbonden met die gevoelens. Hoe kan ik nu zeggen dat het ene gevoel belangrijker is dan het andere? Hier komt ook nog bij dat mijn mening niet noodzakelijk die van een ander is. Misschien kies ik net voor die verhalen, die door de meerderheid niet gesmaakt worden. Of laat ik het beste verhaal liggen als zijnde minderwaardig. Om dit op te lossen, had ik het idee van twee documenten naar een mogelijke uitgever te sturen. Een met de verhalen die mijn voorkeur uitdragen en eentje die ik zelf minder vind. Ik heb er geen idee van hoe dat overkomt bij de mensen waar ik het naar ga sturen, maar daar lig ik momenteel nog niet wakker van. Misschien dat ik er tegen dan anders tegenaan kijk. Eerst eens zien dat ik zover geraak.

Als dat allemaal gedaan is, zou ik nog een bepaalde volgorde willen maken in mijn verhalen. Dit lijkt me leuk. Niet gemakkelijk, dat dan weer niet. Maar wel leuk.

And that was the easy part.
Want eenmaal ik zover ben, dan begint het moeilijke deel pas echt. Het zoeken van mogelijke uitgevers. Zoeken hoe ze een manuscript toegestuurd willen krijgen (indien ze dat al willen). Het begeleidend briefje schrijven met een woordje uitleg. En dan. Dan is het wachten. Teleurgesteld worden. Nogmaals wachten. Wederom teleurgesteld worden. Vloeken. Wachten. Enfin. Ik maak me geen illusies. Althans dat maak ik mezelf wijs. We weten echter allemaal dat ik dat wel doe. Natuurlijk doe ik dat. Ik doe niet al deze moeite omdat ik ervan uit ga toch afgewezen te worden! Ik hoop mijn eigen boekje in handen te kunnen houden.
En dat…
Dat zal gebeuren!
No matter what!