Twee redenen om wel te schrijven.

  1. Het zit in me.
  2. De personages, de werelden, de details, de ideeën, de conflicten, het mysterie, kortom, de verhalen. Het zit diep in me en zal niet zomaar verdwijnen, ongeacht hoeveel ik schrijf.

  3. Het moet er uit.
  4. Niet altijd, maar ontegensprekelijk moeten die gedachten er regelmatig uit. Als een hond die toch af en toe nodig een verlossende wandeling nodig heeft, zo dien ik af en toe ook een beetje verlost te worden.

 


10 Redenen om niet te schrijven

  1. Geen zin.
  2. Dit is de allesomvattende; te moe, geen tijd, geen puf, ik wil liever iets ontspannends doen (in plaats van inspannend), ik ben een lamzak, ik heb betere dingen te doen (yeah right), …
    Dit is waarschijnlijk het meest gebruikte en steeds voorradige excuus.
    Er is zoveel te doen en zo weinig tijd. Waarom dan tijd en energie steken in het neerpennen van wat woorden.

  3. Herlezen en herwerken is niet leuk.
  4. Steeds dezelfde woorden, hetzelfde verhaal dat ik reeds zo goed ken. Ik wil niet constant bezig zijn met iets wat ik al gedaan heb. Ik wil liever nieuwe dingen schrijven.
    Toch is dit een nodig proces voor (langere) teksten.
    I get bored easily. (Even by myself)
    By the way; typfouten zijn een merde.

  5. Niemand is geïnteresseerd.
  6. Ik schrijf en ik schrijf. Ik schrijf vervolgens nog wat.
    En zo heel af en toe leest iemand iets.
    Die dan zegt dat het wel goed is.
    Ik kijk strak, maar inwendig fronsen mijn wenkbrauwen tot boven mijn haarlijn.
    En ik schrijf.
    En ik schrijf…

  7. Het is niet origineel.
  8. Ik weet waar ik mijn inspiratie vandaan haal en daardoor merk ik ook de gelijkenissen op.
    Soms stoort me dat.
    Toegegeven, op andere (euforische) momenten, denk ik dat ik net de beste grap heb bedacht.
    Om die 5 minuten later alwaar vergeten te zijn.

  9. Het grotere geheel ontsnapt me vaak.
  10. Ik bedenk graag hele epossen in gedachten.
    Ik schrijf graag (korte) hoofdstukjes.
    Die twee op een logische manier aan elkaar knopen is echter niet zo eenvoudig.
    De ‘flow’ van het geheel moet goed zitten en dat lukt me niet.
    Bovendien vind ik vaak niet de moed om de verschillende hoofdstukken te schrijven, net omdat ik schrik heb dat ze niet passen.
    Het is een puzzelstuk van 10000 stukjes, maar je kan er steeds maar 20 zien en je kan er hoogstens 10 onthouden.

  11. Het kost teveel tijd.
  12. Het schrijven van een boek kost waarschijnlijk meer dan een jaar tijd.
    Niettegenstaande dat ik al meerdere jaren aan het zagen ben, denk ik toch steeds dat het me niet lukt alleen al omwille van de tijd die het kost.
    Ergens wel grappig en een tikkeltje contradictorisch.
    Maar zo zijn gevoelens vaak.

  13. Het is de moeite niet waard
  14. Als ik er al ooit in slaag om een boek te schrijven, dan krijg ik het aan de straatstenen niet versleten. Zie ook puntje 3.
    Niemand zit te wachten op een zoveelste middelmatig stukje pulp.
    Ik ook niet.

  15. Epos over hoofdstuk.
  16. Ik bedenk graag epossen. In mijn hoofd spelen hele avonturen zich af. Over and over again.
    Op weg naar huis, in de auto of ‘s morgens in bed, al dagdromend op een bankje, terwijl ik wandel in mijn eentje, steeds beleef ik de meest fantastische dingen of bedenk ik hele werelden.
    Dat is zoveel leuker dan die verhalen ook daadwerkelijk woord voor woord neer pennen.
    Het geschrevene overtreft nooit wat zich in gedachten bevindt.

  17. Consistentie is onmogelijk
  18. Hoe zorg ik ervoor dat ik mezelf niet tegenspreek. Zie ook puntje 6; hoe kan ik alle (nodige) details onthouden als ik er zo lang over doe.
    Hier speelt ook puntje 2 mee; om consistentie te verkrijgen is het nodig om te herlezen en herwerken. En dan bestaat nog steeds de kans dat er fouten in zitten.
    Ik weet het; zelfs uitgegeven boeken kunnen hier last van hebben, maar dat bewijst allen mijn punt maar: this is a tough nut to crack en ik ben net de notenkraker verloren.

  19. Al wat ik lees is zoveel beter.
  20. Kan ik kwaliteit leveren ?
    Geloof ik genoeg in mijzelve?
    Bestaat er voor mij een plaatsje? Een plaastje voor mij, terwijl ik zelf een vrij eigenaardige smaak heb?
    Hier speelt ook puntje 4 mee; Is mijn inspiratiebron niet veel beter dan wat ik ooit uit mijn pen kan laten vloeien?

  21. The end
  22. Ach, om met de woorden van iemand anders af te sluiten:
    Well what’ll I do now?
    Go to sleep.
    Pull the pud.
    We need new pornos.
    Well, I guess I’m still writing…

 


Lotje

Lap.

Ik heb al bijna een jaar niet meer van mijzelve laten horen. Toch niet op deze blog. Beslist mijn vrouw dat zij er wel eentje wil starten…

Dat heb ik weer.

Laat ik het positief bekijken… Het is misschien een motivatie (ik ga me toch niet laten doen door mijn vrouw zeker…) :-)

Nou ja, ik zou zo zeggen: Go check it out:

http://lotje.lichteeuforie.be

Veel plezier !!

 


Winterslaap

De schrijver in mij is even met vakantie.

Of tussen de sterren op zoek naar een nieuwe muze.

Misschien houdt hij een gezellige winterslaap. Buikje vol en oogjes dicht.

Of hij bevindt zich op de bodem van de oceaan, de voeten vastgegoten in een betonnen blok. Zijn lichaam ondergaat het eindeloze wiegen van de stroming.

Het echte leven nabootsen door virtuele situaties te manipuleren die bedacht zijn door de makers van games, in het volle besef dat het volledig namaak is en overtuigd zijn dat het net daardoor boeiender is.

Verloren in de tijd. Trappelend probeert hij te achterhalen niet waar, maar wanneer hij is. Om tot het kille besluit te komen dat ook hij het niet weet.

Vastgeketend aan een koude stenen muur in een kerker waar nooit daglicht kan binnendringen. De wreedste martelingen ondergaan en, nog erger, anderen dezelfde martelingen zien en vooral horen ondergaan.

Op een vliegtuig, in eerste klas, de beentjes onderuit, sippend van een cocktail te wachten tot de vakantiebestemming bereikt wordt.

In de sauna, zwetend, het lichaam ploeterend terwijl het zich toch in volledige rust bevindt.

Fietsend tussen de bomen, de pedalen steeds weer rond trappen, terwijl vocht parelend op het voorhoofd de dreiging uit in zijn ogen te zullen lopen.

Ziek in bed. Warmwaterkruik aan zijn voeten en de glazen thermometer in de mond. De onvermijdelijke rode neus kan niet ontbreken in dit plaatje.

De ultieme personificatie van een zak aardappelen betrachten door in de zetel te hangen, naar televisie te staren, onderwijl druipt uit een mondhoek een sliert kwijl.

Achter de grasmachine hobbelend, zuchtend, steunend en kreunend en zelfs af en toe een poging wagend tot een combinatie van twee of zelfs een keertje alle drie.

Bloggend . . . ??

???

??

(Ondertussen wordt het snurkende geluid van de schrijven in winterslaap steeds luider)

 


Sloth

 

Ik ben een lamzak.

Het is zo.

Ik kan het ontkennen, maar dat verandert de feiten niet.

Liever nog dan een zinnige actie te ondernemen, hang ik onderuitgezakt in de zetel. Of ergens anders waar het aangenaam onderuitgezakt zitten is. Van fysieke arbeid ken ik amper enige voldoening. Niet dat ik zoveel voldoening haal uit het nietsdoen. Maar aangezien beide acties evenveel voldoening schenken, is de keuze toch wel zeer eenvoudig, nietwaar?

Werken doe ik om te kunnen leven, niet andersom. Toch doe ik mijn werk graag en ik denk niet dat zij kunnen merken dat ik een lamzak in de derde graad ben (hard aan het leren om door te dringen tot de volgende graad, maar dit is niet eenvoudig – en aangezien het tegennatuurlijk is voor een lamzak om moeilijke ondernemingen te beginnen – laat staan te vervolledigen – zijn er slechts enkele in geslaagd om tot die hogere regionen door te dringen). Ik doe mijn werk graag en ik doe het goed.

Als er thuis iets moet gedaan worden (met toch wel een zekere nadruk op het verplichtende deel van het woord moeten), dan zal ik het ook niet nalaten. De afgelopen weken heb ik me zelfs meerdere malen in het zweet gewerkt.

ik kan namelijk het groter geheel zien. Het einddoel voor ogen houdend ben ik aan te zetten tot enige actie. Zoals een ezel een wortel voorhouden wordt om hem in beweging te krijgen, zo werkt het voor mij ook. De spreekwoordelijke wortel ligt minder voor de hand, maar is er wel.

Wortels of geen wortels, dan nog is het moeilijk beweging krijgen in dat vege lijf van me. Ook dat heb ik gemeenschappelijk met de ezel. Ik begin me af te vragen hoe koppig ik ben ?

Bon.

De eerste die me een ezel durft te noemen is verplicht mij een wortel te brengen.

Ik ben namelijk ook dol op wortels…

 

Misschien lijk ik dan toch meer op de ezel dan op een luiaard.

De vraag is, of dat wel zo erg is: vergeleken worden met een ezel.

 

Mij deert het niet.

Er is namelijk niet veel dat mij deert…

Ik ben een ezel.

 

I-A-I-A