Gelukkig is ze niet normaal

Leuke titel, nietwaar?

Dat is de titel van deel 8 in de serie ‘Lichte Euforie’.

Onlangs nog een berichtje gepost op deze blog en vandaag bijna vier uur bezig geweest om deel acht in de serie neer te pennen. Een 2500 tal woorden. ongeveer 12 woorden per minuut. Binnenkort zal ik eens neer pennen waar het in die serie om draait. Aangezien ik deze blog (en site) ernaar vernoemd heb, is het misschien ook eens de moeite om wat achtergrond neer te pennen over de originele serie. De serie waar ik dus vanavond het achtste deel heb geschreven. (Valt het op dat ik nogal trots op mijzelve ben?)

Dat is een van de voordelen van schrijven. Het kortstondige moment van gelukzaligheid en voldoening. Een roes waar ik me nu nog in bevind.

Nog een detail meegeven. Dit verhaal is wederom geheel op dezelfde wijze tot stand gekomen als het overgrote merendeel. Daarstraks het basisidee voor het begin van het verhaal gevormd. Vanavond aan begonnen, met niet meer dan dat basisidee. De rest is ter plekke tot stand gekomen. Wederom met het soort twist op het einde dat ik een beetje als mijn signatuur beschouw.

Tot stand gekomen al luisterend naar Puscifer. No music for the masses, denk ik, maar wel verschrikkelijk goed.

En nu met z’n allen: Hiep Hiep…

 

HOERAAAAA

 


The Burroughs

Koning Winter staat voor de deur.
Tijd om de deur te sluiten.
De boekenbeurs staat ook voor de deur.
Tijd om de deur uit te gaan.

De centrale verwarming heeft het af laten weten en daardoor waren we aangewezen op de houtkachel. Dit geeft een speciaal soort warmte. Het soort warmte dat een mens tot in zijn botten verwarmt. Een gezellige warmte.
Elk jaar is dit bij mij het tijdstip waarop nostalgie boven komt drijven. De boekenbeurs kan dan ook niet beter getimed zijn. Zoals ook weer elk jaar, begint het dan te kriebelen.

Lang geleden ben ik begonnen aan een verhaaltje. Het was niet zomaar een verhaal, geen kattepis, maar een echt Verhaal. Nu is het zo dat een Verhaal niet zomaar tot stand komt. Het vraagt tijd (heb ik niet), doorzettingsvermogen (nog minder) en een ongebreidelde fantasie (hmmm, het kan nog goedkomen). Bovenal vergt het werk (van het soort dat ik niet presteer). Oh ja we missen nog een ingrediënt.
Een universum.
Zoals ik al zei, ik ben begonnen aan het verhaaltje. Misschien dat het ooit tot een Verhaal uitgroeit, maar daar zijn we nog niet. Wat ik wel heb is het universum. Het is verre van af, maar het bestaat.
Het universum heb ik ‘The Burroughs’ genoemd. Zo zou het Verhaal ook gaan heten.
Het verhaal kent zijn oorsprong ergens in september 2008.
Het originele idee was het geheel neer te pennen in een blog (speciaal voor dat doel gecreëerd).
Daar ben ik al vlug vanaf gestapt, omdat ik het perspectief wilde veranderen. Niet schrijven vanuit het ik-standpunt, maar de derde persoon, waar een blog niet echt geschikt voor is.
De eerste paar hoofdstukken zijn dan stilletjes tot stand gekomen, weliswaar over lange tijd gespreid. Maar op zich geeft dat niet, want dat gaf de kans om het universum uit te denken.
Dit uitdenken blijft voor mij onoverkomelijk. Ik kan het absoluut niet laten (en dat wil ik ook niet). Tijdens het laatste hoofdstuk, ontmoet mijn hoofdpersonage een ander personage.
Dankzij dat personage, heb ik het gehele universum overhoop gehaald.
Schijfwereld.
Mensen die me kennen, weten dat ik een fan ben van Schrijfwereld (en bij uitbreiding ook van Terry Pratchett).
Ik heb een verhaal geschreven in mijn eigen universum, maar in de stijl van Schijfwereld. Okee, misschien niet helemaal in de stijl van, ik hoop immers dat mijn eigen stijl herkenbaarder is. Desalniettemin is Schijfwereld een inspiratiebron geweest voor dat nevenverhaal. Ik was echter onmiddellijk verknocht aan het verhaal en aan de bijhorende stijl.
Ik heb niet veel later besloten om het gehele universum om te toveren (haha… toveren… Schijfwereld… hilariteit alom…) naar deze stijl. Toch blijf ik ook trouw aan mijn eigen universum. Mijn universum is een reële wereld.
Niet de hedendaagse wereld, zoals we die kennen, maar er komt niets bovennatuurlijk in voor (geen toverij, geen fantasy elementen en geen (of toch een minimum) aan SF elementen).
Reeds meerdere keren heb ik aan die beslissing getwijfeld. Schijfwereld is immers niet de enige inspiratiebron. Ik ben, dankzij de strips, ook in de wereld van ‘De Donkere Toren’ terecht gekomen. De strips zijn fenomenaal en ik hoop ooit eens aan de boeken te kunnen beginnen.
Mijn universum is een toekomstige wereld, waarin het overgrote deel van de mensheid is gestorven. Deze ramp is reeds enkele honderden jaren geleden gebeurd, maar heeft wel verregaande gevolgen.
Alhoewel het verhaal zich in de toekomst afspeelt, zou het ook een alternatief verleden kunnen zijn (voor het grootste gedeelte – niet volledig). Aangezien niemand nog de ingewikkelde technologieën van voor de ramp begrijpt, zijn deze grotendeels verloren gegaan. The Burroughs is een gigantische kuststad, die slechts voor een klein deel bewoond is (mensheid is grotendeels iutgestorven – remember?).
Mijn hoofdpersonage is een boer van het platteland die noodgedwongen naar deze stad verhuisd. Hij is er nog nooit geweest en ergens vreest hij zelfs dat het slechts een mythe is (Zulk een stad zoals aan hem beschreven werd , kan toch niet heus bestaan?).
Het verhaal zou simpel zijn van opzet. Een reisverhaal met doel. Dit is een beproefde formule, wederom ook in de serie van Schijfwereld (De Kleur van Toverij & Dat wonderbare licht), maar ook Lord of the Rings en nog zovele andere. Dit heeft voor de schrijver een groot voordeel: slechts 1 verhaallijn. Wat al moeilijk genoeg is.
Alhoewel na het neven-verhaal niets meer is geschreven, is dit universum steeds uitgebreider geworden.
Meer nog, ik voel er soms meer voor om verder te gaan met dat neven-personage en minder met het originele verhaal. Langs de andere kant is het originele verhaal wel veel verder gevorderd in mijn gedachten.

Ik heb een tijdje weinig gelezen (boeken – strips daarentegen weer wat meer), maar ik ben nu weer begonnen in een van de delen van Schijfwereld en ik hoop daar een beetje de moed en zin on te vinden om het weer aan te pakken.
Met wederom een winter in aantocht, bestaat de kans dat er weer iets gebeurd. Veel zal het niet zijn, maar alle beetjes helpen.
Anyway, ik heb toch weer een verschrikkellijk lange post voor op mijn blog.
Ah ja, iedereen die geïnteresseerd is in het neven-verhaal moet me maar een mailtje sturen.
Ik beloof niks, maar er bestaat een kansje dat je het wel te lezen krijgt dan.

 


Twee redenen om wel te schrijven.

  1. Het zit in me.
  2. De personages, de werelden, de details, de ideeën, de conflicten, het mysterie, kortom, de verhalen. Het zit diep in me en zal niet zomaar verdwijnen, ongeacht hoeveel ik schrijf.

  3. Het moet er uit.
  4. Niet altijd, maar ontegensprekelijk moeten die gedachten er regelmatig uit. Als een hond die toch af en toe nodig een verlossende wandeling nodig heeft, zo dien ik af en toe ook een beetje verlost te worden.

 


10 Redenen om niet te schrijven

  1. Geen zin.
  2. Dit is de allesomvattende; te moe, geen tijd, geen puf, ik wil liever iets ontspannends doen (in plaats van inspannend), ik ben een lamzak, ik heb betere dingen te doen (yeah right), …
    Dit is waarschijnlijk het meest gebruikte en steeds voorradige excuus.
    Er is zoveel te doen en zo weinig tijd. Waarom dan tijd en energie steken in het neerpennen van wat woorden.

  3. Herlezen en herwerken is niet leuk.
  4. Steeds dezelfde woorden, hetzelfde verhaal dat ik reeds zo goed ken. Ik wil niet constant bezig zijn met iets wat ik al gedaan heb. Ik wil liever nieuwe dingen schrijven.
    Toch is dit een nodig proces voor (langere) teksten.
    I get bored easily. (Even by myself)
    By the way; typfouten zijn een merde.

  5. Niemand is geïnteresseerd.
  6. Ik schrijf en ik schrijf. Ik schrijf vervolgens nog wat.
    En zo heel af en toe leest iemand iets.
    Die dan zegt dat het wel goed is.
    Ik kijk strak, maar inwendig fronsen mijn wenkbrauwen tot boven mijn haarlijn.
    En ik schrijf.
    En ik schrijf…

  7. Het is niet origineel.
  8. Ik weet waar ik mijn inspiratie vandaan haal en daardoor merk ik ook de gelijkenissen op.
    Soms stoort me dat.
    Toegegeven, op andere (euforische) momenten, denk ik dat ik net de beste grap heb bedacht.
    Om die 5 minuten later alwaar vergeten te zijn.

  9. Het grotere geheel ontsnapt me vaak.
  10. Ik bedenk graag hele epossen in gedachten.
    Ik schrijf graag (korte) hoofdstukjes.
    Die twee op een logische manier aan elkaar knopen is echter niet zo eenvoudig.
    De ‘flow’ van het geheel moet goed zitten en dat lukt me niet.
    Bovendien vind ik vaak niet de moed om de verschillende hoofdstukken te schrijven, net omdat ik schrik heb dat ze niet passen.
    Het is een puzzelstuk van 10000 stukjes, maar je kan er steeds maar 20 zien en je kan er hoogstens 10 onthouden.

  11. Het kost teveel tijd.
  12. Het schrijven van een boek kost waarschijnlijk meer dan een jaar tijd.
    Niettegenstaande dat ik al meerdere jaren aan het zagen ben, denk ik toch steeds dat het me niet lukt alleen al omwille van de tijd die het kost.
    Ergens wel grappig en een tikkeltje contradictorisch.
    Maar zo zijn gevoelens vaak.

  13. Het is de moeite niet waard
  14. Als ik er al ooit in slaag om een boek te schrijven, dan krijg ik het aan de straatstenen niet versleten. Zie ook puntje 3.
    Niemand zit te wachten op een zoveelste middelmatig stukje pulp.
    Ik ook niet.

  15. Epos over hoofdstuk.
  16. Ik bedenk graag epossen. In mijn hoofd spelen hele avonturen zich af. Over and over again.
    Op weg naar huis, in de auto of ‘s morgens in bed, al dagdromend op een bankje, terwijl ik wandel in mijn eentje, steeds beleef ik de meest fantastische dingen of bedenk ik hele werelden.
    Dat is zoveel leuker dan die verhalen ook daadwerkelijk woord voor woord neer pennen.
    Het geschrevene overtreft nooit wat zich in gedachten bevindt.

  17. Consistentie is onmogelijk
  18. Hoe zorg ik ervoor dat ik mezelf niet tegenspreek. Zie ook puntje 6; hoe kan ik alle (nodige) details onthouden als ik er zo lang over doe.
    Hier speelt ook puntje 2 mee; om consistentie te verkrijgen is het nodig om te herlezen en herwerken. En dan bestaat nog steeds de kans dat er fouten in zitten.
    Ik weet het; zelfs uitgegeven boeken kunnen hier last van hebben, maar dat bewijst allen mijn punt maar: this is a tough nut to crack en ik ben net de notenkraker verloren.

  19. Al wat ik lees is zoveel beter.
  20. Kan ik kwaliteit leveren ?
    Geloof ik genoeg in mijzelve?
    Bestaat er voor mij een plaatsje? Een plaastje voor mij, terwijl ik zelf een vrij eigenaardige smaak heb?
    Hier speelt ook puntje 4 mee; Is mijn inspiratiebron niet veel beter dan wat ik ooit uit mijn pen kan laten vloeien?

  21. The end
  22. Ach, om met de woorden van iemand anders af te sluiten:
    Well what’ll I do now?
    Go to sleep.
    Pull the pud.
    We need new pornos.
    Well, I guess I’m still writing…

 


Wolkjes

Waar zat ik met mijn gedachten? Te denken dat ik het allemaal wel zou kunnen. Hoe heb ik ooit zo naïef kunnen zijn? Het is immers zoveel eenvoudiger om in het zoete gras te gaan liggen en kijken hoe… de blauwe hemel aan me voorbij schuift? Er zijn immers geen wolkjes. Zelfs niet van die schattige schaapachtige dingen. Een strakblauwe hemel. Ik zou natuurlijk een beetje vals kunnen spelen; vertellen dat er wel donzige wolkjes drijven. Dat draagt immers bij aan de sfeer die ik probeer te scheppen. Mijn naïeve zelve ligt dus in het geurende gras te staren naar Altocumulus wolken, te denken dat geen enkele actie van mij ook maar iets teweeg brengt dat echt de moeite is. Een beetje het gevoel dat ik verwacht dat mensen in hun midlife crisis hebben, maar bij mij dan hopelijk toch zonder in het midden van mijn leven te zitten. Ondertussen dwalen mijn gedachten af naar de wolken. Ik vind het moeilijker dan ik had gedacht om de niet bestaande wolken in leven te houden en terwijl filosofisch te doen over mijn leven. Het is alsof er een grote pijp is naar mijn filosofische overpeinzingen, een beetje zoals een oliepijpleiding. Daarnaast staat bevindt zich een dun pijpje naar de wolkjes, vergelijkbaar in grootte met een waterleiding zoals ze in huis liggen. Alleen staat die kleine waterleiding onder druk, waardoor het veel weg heeft van een fontein. Uit de grote pijpleiding daarentegen sijpelt af en toe een druppeltje. Heel mijn redenering onderuit gehaald, er is geen plaats voor de gedachten die er zouden moeten zijn. Zelfs binnen in mijn geest is het veel eenvoudiger te denken over hoe imaginaire wolkjes schijven over het hemelse gewelf dan aan wat er werkelijk in mij omgaat. Het is niet geheel zeker of ik wel wil weten wat er in mij omgaat. Ontkenning. Onderdrukking. Dwangmatig negeren door overmatig aandacht te schenken aan onbelangrijke details.
De vraag is natuurlijk welk effect dit heeft op de gemoedstoestand van een mens.
Maakt het me gelukkiger?
Maakt het me kapot op langere termijn?
Ik weet het niet.
En ik geef er geen ene kloot om.
Ik bedenk hoe de wolkjes zachtjes verder glijden over het blauwe tapijt.