The Burroughs

Koning Winter staat voor de deur.
Tijd om de deur te sluiten.
De boekenbeurs staat ook voor de deur.
Tijd om de deur uit te gaan.

De centrale verwarming heeft het af laten weten en daardoor waren we aangewezen op de houtkachel. Dit geeft een speciaal soort warmte. Het soort warmte dat een mens tot in zijn botten verwarmt. Een gezellige warmte.
Elk jaar is dit bij mij het tijdstip waarop nostalgie boven komt drijven. De boekenbeurs kan dan ook niet beter getimed zijn. Zoals ook weer elk jaar, begint het dan te kriebelen.

Lang geleden ben ik begonnen aan een verhaaltje. Het was niet zomaar een verhaal, geen kattepis, maar een echt Verhaal. Nu is het zo dat een Verhaal niet zomaar tot stand komt. Het vraagt tijd (heb ik niet), doorzettingsvermogen (nog minder) en een ongebreidelde fantasie (hmmm, het kan nog goedkomen). Bovenal vergt het werk (van het soort dat ik niet presteer). Oh ja we missen nog een ingrediënt.
Een universum.
Zoals ik al zei, ik ben begonnen aan het verhaaltje. Misschien dat het ooit tot een Verhaal uitgroeit, maar daar zijn we nog niet. Wat ik wel heb is het universum. Het is verre van af, maar het bestaat.
Het universum heb ik ‘The Burroughs’ genoemd. Zo zou het Verhaal ook gaan heten.
Het verhaal kent zijn oorsprong ergens in september 2008.
Het originele idee was het geheel neer te pennen in een blog (speciaal voor dat doel gecreëerd).
Daar ben ik al vlug vanaf gestapt, omdat ik het perspectief wilde veranderen. Niet schrijven vanuit het ik-standpunt, maar de derde persoon, waar een blog niet echt geschikt voor is.
De eerste paar hoofdstukken zijn dan stilletjes tot stand gekomen, weliswaar over lange tijd gespreid. Maar op zich geeft dat niet, want dat gaf de kans om het universum uit te denken.
Dit uitdenken blijft voor mij onoverkomelijk. Ik kan het absoluut niet laten (en dat wil ik ook niet). Tijdens het laatste hoofdstuk, ontmoet mijn hoofdpersonage een ander personage.
Dankzij dat personage, heb ik het gehele universum overhoop gehaald.
Schijfwereld.
Mensen die me kennen, weten dat ik een fan ben van Schrijfwereld (en bij uitbreiding ook van Terry Pratchett).
Ik heb een verhaal geschreven in mijn eigen universum, maar in de stijl van Schijfwereld. Okee, misschien niet helemaal in de stijl van, ik hoop immers dat mijn eigen stijl herkenbaarder is. Desalniettemin is Schijfwereld een inspiratiebron geweest voor dat nevenverhaal. Ik was echter onmiddellijk verknocht aan het verhaal en aan de bijhorende stijl.
Ik heb niet veel later besloten om het gehele universum om te toveren (haha… toveren… Schijfwereld… hilariteit alom…) naar deze stijl. Toch blijf ik ook trouw aan mijn eigen universum. Mijn universum is een reële wereld.
Niet de hedendaagse wereld, zoals we die kennen, maar er komt niets bovennatuurlijk in voor (geen toverij, geen fantasy elementen en geen (of toch een minimum) aan SF elementen).
Reeds meerdere keren heb ik aan die beslissing getwijfeld. Schijfwereld is immers niet de enige inspiratiebron. Ik ben, dankzij de strips, ook in de wereld van ‘De Donkere Toren’ terecht gekomen. De strips zijn fenomenaal en ik hoop ooit eens aan de boeken te kunnen beginnen.
Mijn universum is een toekomstige wereld, waarin het overgrote deel van de mensheid is gestorven. Deze ramp is reeds enkele honderden jaren geleden gebeurd, maar heeft wel verregaande gevolgen.
Alhoewel het verhaal zich in de toekomst afspeelt, zou het ook een alternatief verleden kunnen zijn (voor het grootste gedeelte – niet volledig). Aangezien niemand nog de ingewikkelde technologieën van voor de ramp begrijpt, zijn deze grotendeels verloren gegaan. The Burroughs is een gigantische kuststad, die slechts voor een klein deel bewoond is (mensheid is grotendeels iutgestorven – remember?).
Mijn hoofdpersonage is een boer van het platteland die noodgedwongen naar deze stad verhuisd. Hij is er nog nooit geweest en ergens vreest hij zelfs dat het slechts een mythe is (Zulk een stad zoals aan hem beschreven werd , kan toch niet heus bestaan?).
Het verhaal zou simpel zijn van opzet. Een reisverhaal met doel. Dit is een beproefde formule, wederom ook in de serie van Schijfwereld (De Kleur van Toverij & Dat wonderbare licht), maar ook Lord of the Rings en nog zovele andere. Dit heeft voor de schrijver een groot voordeel: slechts 1 verhaallijn. Wat al moeilijk genoeg is.
Alhoewel na het neven-verhaal niets meer is geschreven, is dit universum steeds uitgebreider geworden.
Meer nog, ik voel er soms meer voor om verder te gaan met dat neven-personage en minder met het originele verhaal. Langs de andere kant is het originele verhaal wel veel verder gevorderd in mijn gedachten.

Ik heb een tijdje weinig gelezen (boeken – strips daarentegen weer wat meer), maar ik ben nu weer begonnen in een van de delen van Schijfwereld en ik hoop daar een beetje de moed en zin on te vinden om het weer aan te pakken.
Met wederom een winter in aantocht, bestaat de kans dat er weer iets gebeurd. Veel zal het niet zijn, maar alle beetjes helpen.
Anyway, ik heb toch weer een verschrikkellijk lange post voor op mijn blog.
Ah ja, iedereen die geïnteresseerd is in het neven-verhaal moet me maar een mailtje sturen.
Ik beloof niks, maar er bestaat een kansje dat je het wel te lezen krijgt dan.

 


Paranoïde koeien

Een eeuwigheid geleden heb ik iemand gevraagd om Paranoia na te kijken op fouten. Die persoon heeft dat gedaan, maar door omstandigheden geraakte de verbeteringen niet tot bij mij. Recentelijk is dat dan toch gelukt en ik kreeg aldus een kopie van mijn eigen verhaal waar een aantal verbeteringen op waren aangebracht. Om geheel in de schoolstijl te blijven, waren deze zelfs in het rood. Hoe we toch vasthouden aan dezelfde waarden. Omdat mijn verhaal dat verdient (Af en toe kan het geen kwaad narcistisch te zijn), ben ik begonnen met deze verbeteringen aan te brengen in het verhaal.
Bedankt Wendy!
Ik heb rond dezelfde periode met mijn allerliefste vrouwtje gebabbeld. Het gebeurt niet vaak dat we praten over mijn literaire escapades, maar ik geniet ervan als we het wel doen. De babbel heeft ervoor gezorgd dat ik een besluit heb genomen wat dit verhaal betreft. Ik ga niet alleen de verbeteringen aanpassen. Ik ga het hele verhaal aanpassen. De plot zal niet veranderen, maar sommige passages zullen herwerkt worden en bepaalde delen zullen uitgebreid worden. Dat is het proces waar ik nu mee bezig ben. De afgelopen dagen heb ik geschreven en herwerkt. Ik had het nooit verwacht, maar ook dit deel van het proces bevalt me wel. Het enige waar ik altijd tegen op zie is het herlezen van het verhaal. Ik weet wat er gaat gebeuren, ik weet hoe het verhaal afloopt, maar toch moet ik telkens opnieuw dezelfde woorden en dezelfde zinnen lezen. Dat gedeelte is minder leuk, maar noodzakelijk.
Ik heb dus een oude koe uit de sloot gehaald.
Paranoia.
Omdat ik nu terug aan het werken ben aan dit verhaal, heb ik de oude versie van het internet gehaald.
Binnenkort hoor je ongetwijfeld meer over de nieuwe versie van Paranoia!

 


Ringwereld

Het heeft een zekere gewenning gevraagd. Vaag vergelijkbaar met ontwenningsverschijnselen. Of toch het gevoel dat ik me daarbij voorstel.
Ringwereld is de eerste reeks die buiten het Asimov universum valt. In eerste instantie vielen de verschillen mij op. Geen robots meer. Buitenaardse wezens vormen mede de hoofdpersonages. Niet langer de strakke analytische hoofdpersonages.
Ondertussen ben ik een eindje in het tweede boek en het begint inderdaad te wennen. Het is vlot geschreven en het is boeiend. Als entertainment kan het dus tellen. Aangezien dat het enige doel is, lijkt de zaak me duidelijk: missie geslaagd !

 


Broedt daar een schrijver?

Iedereen kent het gevoel van voortrazende gedachten. Bij mij is het ook weer zover. Er is geen stoppen aan. Meestal is dit gevoel een vreselijk irritant gevoel dat komt opzetten op de meest ongelegen momenten. Niet nu. Deze keer is het een alsof ik in een trein zit die door een prachtig landschap reist. Ik leun op mijn gemak achteruit en laat de indrukken op me af komen. Ik geniet. Ik glimlach. Dit is hoe het voelt een nieuw verhaal te ontwikkelen. Ik broed op iets. Iets nieuw.
Ik heb onlangs een nieuw subgenre in de science-fiction ontdekt. De verhalen die ertoe behoren, ken ik al langer, maar de definitie van het subgenre is nieuw voor mij. Om de suspense nog wat te rekken, vertel ik nog even niet over welk subgenre ik het heb. Zo ben ik nu eenmaal. Iedereen kent een boek uit dit subgenre. Iedereen kent zelfs een personage uit dat boek. Het personage is Big Brother en het boek is dan 1984 (George Orwell). Een ander boek dat tot hetzelfde subgenre hoort, maar toch van een heel andere strekking is, is “I am Legend” (Richard Matheson). Eerlijkheidshalve moet ik wel toegeven dat ik van de laatste enkel de film heb gezien en niet het boek heb gelezen. Het subgenre is dystopie. Kort samengevat is een dystopie het omgekeerde van een utopie. Het beschrijft een samenleving die om één of meerdere redenen slecht is. Post-apocalyptische samenlevingen vallen ook onder deze noemer, vandaar de grote verscheidenheid. Sommige verhalen sluiten nauwer aan bij Science-Fiction dan andere, maar over het algemeen wordt dystopie als een subgenre van SF gezien.
Bij het ontdekken van deze definitie ben ik tot de vaststelling gekomen dat er veel verhalen (in de literatuur,in films en in TV series) zijn die ik goed vind. Om een kleine opsomming te geven (maar weet dat dit slechts inspiratie is van het moment):
28 Days Later, I am legend, 1984, Jericho (de televisieserie), A clockwork Orange, THX 1138, Animal Farm, Planet of the Apes, Fortress, The Children of Men, Aeon Flux, Blade Runner, Serenity, Code 46, Escape from New York (Escape from L.A.), Demolition Man, The Island, Robocop, eXistenZ, The Matrix, Mad Max, The Postman, 12 Monkeys, Waterworld, The Truman Show, Rollerball, Resident Evil, Gattaca, Minority Report.
OK, toegegeven, ik heb even de moeite genomen om op internet te zoeken, om de lijst wat te verlengen. Ook moet ik toegeven dat niet elk verhaal even goed of even sterk is, maar wat ze meestal wel doen is je laten nadenken. Laat dat nou iets zijn wat ik een enorme meerwaarde vind in een verhaal. Ik moet dus toegeven dat ik een fan ben van het subgenre. Eigenlijk is de aanzet “I am Legend” geweest. Ik ben eigenlijk per ongeluk in de filmzaal terecht gesukkeld, zonder dat ik wist waarover het verhaal ging. (Ik hou er namelijk van om me te laten verrassen). Het was inderdaad een verrassing. Maar de echte verrassing is nadien pas gekomen, toen het verhaal me niet wilde loslaten. Nadien heb ik “28 days later” gekeken, toevallig (of waarschijnlijk net niet) werd die iets later uitgezonden. De term dystopie heb ik dan weer opgepikt van listverse.com Een website die lijstjes maakt. Waaronder dus “Dystopian novels” en “Dystopian Movies”. Dan ben ik me gaan verdiepen in het subgenre en vervolgens te weten gekomen dat er nogal wat verhalen aan de beschrijving voldoen. Het is namelijk de ideale manier om kritiek te uiten zonder dit al te openlijk te willen doen. De kleine anarchist in ons wordt wakker. Broedt daar een verhaal?

 


De man die “De Foundation” heeft uitgelezen.

Ik ervaar een gemis.
Gisteren was het er nog niet, maar nu is het plots opgekomen. Het is geen erg gemis, maar toch is het er. Ik heb afscheid genomen van iemand die ik nu ongeveer een jaar ken. In die periode ben ik stilaan zijn levensverhaal te weten gekomen. Ik had het gevoel van gemis niet verwacht, maar nu overvalt het me een beetje. Het doet me terugdenken en wat erger is, het doet me realiseren hoe weinig er echt blijft hangen. Er is zoveel dat ik reeds ben vergeten. En dat proces is nog niet ten einde. Als het nu nog een vlek is, pertinent aanwezig in mijn bewuste geest, dan is het binnenkort niet meer dan een puntje. De ondergang van een maan aan het firmament in mijn geest. De verschrompeling tot ster tussen de andere sterren, om enkel nog eens een sterke gloed te laten schijnen wanneer mijn geest nogmaals zijn focus legt op net die ene ster. Ik koester de maan. En nu schijnt de maan voor de laatste keer hard. Misschien zelfs harder dan het voorheen heeft gedaan, omdat ik de maan niet wil loslaten. Ik wil elke krater nogmaals bekijken, elke berg inspecteren, maar dat kan niet. Enkel mijn herinneringen heb ik nog. Het zijn die herinneringen die de maan de laatste sterke gloed geven. Het is onmogelijk om in te schatten hoe klein de ster wordt, of hoe vaak ik die ster ga benaderen om nogmaals te laten oplichten. Eigenlijk maakt dat ook niet zo heel veel uit. De ster zal nooit van het firmament wijken. Al die sterren tesamen bepalen mee wie ik ben en hoe ik me gedraag. Net zoals bij al mijn sterren hoop ik dat ze ten goede komen van mij. Bij deze ster twijfel ik daar niet aan. De impact zal misschien klein zijn, maar daar staan dan weer vele sterren tegenover. Niet altijd genoeg, ik weet het. Ook dit fenomeen is duidelijk aanwezig. Bij de herinneringen hoort ook een soort schuldgevoel voor al het verkeerde dat ik die persoon heb aangedaan. Gelukkig beperken die herinneringen zich en niet omdat ik me de slechte dingen gewoonweg niet herinner, maar er zijn gewoon niet veel momenten die aan deze beschrijving voldoen. Samen met het licht dat de maan nu nog uitstraalt, is er de pijn die gepaard gaat met het gemis. Ik verzink een beetje in de poel van herinneringen, gevoelens van gemis en pijn, opflakkeringen van vreugde en nog meer gedachten en gevoelens. De poel is overweldigend, maar noodzakelijk. Ik werd erin gedropt en ik moet er door waden, wil ik terug aan de kant komen. Door me naar de zijkant van de poel te begeven, wordt het licht van de maan kleiner. Wanneer ik eindelijk aan de kant arriveer, zal de maan zijn uiteindelijke vorm van ster gekregen hebben. Misschien schijnt hij de eerste tijd nog wel een stukje feller dan in de verre toekomst. Voorlopig zit ik tot mijn enkels in de poel. Soms lijk ik er zelfs in te verdrinken, maar gelukkig nooit te lang. Ik wil weg uit deze poel, zonder dat het licht aan kracht moet inboeten. Jammer genoeg is dat onmogelijk. Raar genoeg is het net die wetenschap dat er voor zorgt dat de poel erger wordt, dat het moeilijker wordt om me voort te bewegen in de smurrie waaruit het is opgebouwd. Ik wil hier niet zijn, maar nu ik er ben, wil ik precies ook niet meer weg. Ik weet immers dat dat betekent dat het licht moet verdwijnen. Ik koester het licht. Ik koester het genoeg om het nu feller te laten schijnen dan het lang heeft gedaan. Ik koester het genoeg om er een krachtige ster van te maken. Ik koester het genoeg om de ster voor de rest van mijn leven met mij mee te dragen. Ik koester het genoeg om een deel van mij te laten worden. En die gedachte sterkt mij enorm. Die gedachte zorgt er voor dat ik de oever van de poel kan bereiken. Jij bent niet meer, maar je bent nu een deel van mij.