Escapisme

Ik doe mijn ogen open en ik weet niet wat er komen zal. Ik sluit mijn ogen terug en dan weet ik wel exact wat er zal gebeuren. Ik verdrink in het zwarte tot ik ben waar ik zijn moet.
Een kleurige wereld, zonneschijn, water, groene vlakken vol natuurpracht. Alles vervaagt tot het een grijze smurrie wordt. Alle afzonderlijke kleuren verdwijnen. Iemand veegt met een natte doek alle kleuren in een cirkelvormige beweging, tot het gehele doek een grijze vlek is. Ik open mijn ogen en zie de levenloze slaapkamer waar mijn lichaam zich in bevindt. De herinnering aan de kleurige wereld maakt dat ik een glimlach niet kan onderdrukken en ik sluit wederom mijn ogen. De heenreis duurt langer dan de terugreis. En is gedurende de hele trip zwart. De overrompeling van de aankomst, samen met de pracht die uitgaat van deze wereld, is dan ook overweldigend. Ik merk vaag dat mijn lichaam in het andere universum de glimlach nog verbreedt. Heel vaag, zelfs zodanig vaag, dat ik niet weet of het wel echt gebeurt.
Het is de eerste keer dat ik deze wereld bezoek en dat zorgt er voor dat ik wat onwennig ben. Ik moet op zoek gaan. Ik moet leren. Wat zijn de mogelijkheden van deze wereld? Wat zijn mijn mogelijkheden binnen deze wereld? Deze wereld behoort tot een reeks waar ik vaker een wereld van bezoek. Sommige zijn tot stand gekomen door anderen. Sommige zijn mijn eigen creatie. Deze is van mij en van mij alleen. Sommige werelden bezoek ik meermaals, de meeste doe ik slechts eenmalig aan. Er zijn echter niet zo heel veel reeksen van werelden en bijna alle reeksen bezoek ik wel regelmatig. Ze bezitten een aantrekkingskracht waar ik niet aan kan weerstaan.
Ik hou van mijn werelden. Ze zijn van mij en van mij alleen. Af en toe laat ik een wereld de overstap maken naar de plaats waar mijn lichaam zich bevindt. Dat is niet zonder gevolgen. Zowel voor de wereld als voor mij. De wereld verliest vaak een deel van zijn aantrekkingskracht, maar doordat het een deel van mij is, blijft het toch onweerstaanbaar. Een deel van de wereld verdwijnt, omdat nooit alles de overtocht overleeft. Meestal blijft de impact beperkt tot de wereld zelf en mij. Of in uitbreiding, mijn naaste omgeving. Ik weet niet of ik dat ooit anders zou willen zien.
Ik zweef over de planeet, zonder echt details te kunnen onderscheiden. Ik kneed, ik verander, ik vorm, ik veeg weg. Ik doe alles wat ik nodig acht en ik geniet ervan. Ik verander de kleuren, pas het geluid aan en zorg dat het gevoel perfect overeenkomt met het gevoel dat ik in gedachte had. Meestal is dat het gevoel dat de persoon die zich in mijn slaapkamer bevindt echt voelt, maar dat is niet altijd het geval. Het gevoel dat nu, hier bestaat is anders, hier heerst immers een andere realiteit. Soms zelfs puurder, soms erg afgevlakt. Ik laat me verzwelgen in mijn creatie. Ik laat het gevoel dat het dient uit te stralen tot diep in mij doordringen. Mijn eigen wereld dringt door tot diep in elke vezel van mijn lichaam.
Ik verlaat de wereld met spijt. Hetzelfde vergrijzingsprocess gaat voor aan de onvermijdelijke duik in de realiteit. De echte wereld is ziet er wederom een beetje minder kleurig uit.

 


De man die ook wel eens een spelletje speelt.

De huizen rondom me worden steeds waziger, terwijl mijn snelheid steeds verder toeneemt. Ik hou van motor rijden in deze wereld. Het einde van de straat komt in zicht, maar ik minder nog geen vaart. Ik begeef me naar de linkerkant van mijn rijvak, zodat ik mijn bocht zo ruim mogelijk kan nemen. Het zal nodig zijn. Pas op het laatste moment rem ik volop, waarbij de achterband loskomt van het asfalt. Op het moment dat de band terug aarde raakt, gooi ik mijn stuur om. Ik draai de dwarsstraat in en ik raak de paal, waar het stoplicht aan bevestigd is, op een haar na. In de dwarsstraat staat een auto te wachten voor het licht en doordat ik mijn bocht zo ruim mogelijk wil nemen, glip ik ook hier vlak naast. Ik draai mijn gashendel volledig open en mijn snelheid begint weer toe te nemen. Deze straat is iets drukker en af en toe moet ik slalommen tussen de wagens. Geen probleem. Een eindje voor me zie ik een politiewagen een andere auto achtervolgen. Ik probeer er rekening mee te houden, maar dit is schier onmogelijk. Niet ver voor me schieten ze beide ineens de middenberm over, om de achtervolging op mijn baanvak verder te zetten. Ik doe het enige wat mogelijk is; ik verplaats me naar het voetpad waar ik naast een oneindig lijkende muur voortraas. Van zodra ik de politiewagen gepasseerd ben, wissel ik het voetpad terug in voor de rijbaan. Het volgende kruispunt moet ik naar rechts, maar er staat een truck voor het stoplicht te wachten. Ik ga naar het andere baanvak, in de hoop dat er geen tegenliggers komen. Zoveel geluk heb ik echter niet en ik moet me nu tussen de truck en de wagen wringen. Ik maak een ongetwijfeld artistiek verantwoorde streep bij op de man zijn auto, die prompt uitstapt en me met allerlei verwijten bedankt. ik ben echter al de bocht om. Ik zie reeds het terrein waar ik moet zijn.
Ik parkeer mijn motor aan de overkant, in de ijdele hoop dat hij straks nog aanwezig zal zijn. Ik ga naar de overkant, en zonder verpinken wandel ik het terrein op. Onmiddellijk is er allerlei bedrijvigheid die zich toespitst om mijn aanwezigheid. Het terrein is een distributiecentrum. Rechts van me bevinden zich parkeerplaatsen voor aanhangers, daarachter een grote loods, met aanlegsteigers. Een heel eind links van me zie ik exact het zelfde, maar dan eerst de loods en pas daarna de parkeerplaatsen. Tussen mij en de loods links van me bevinden zich ook enkele aanhangers. Ik neem mijn AK-47 stevig vast en ik richt die op de zwaar gebouwde werkmens die mijn richting uitkomt. Een paar kogels doen hem neerzijgen als de zware man die hij is. De andere werkmensen zoeken dekking en beginnen sporadisch in mijn richting te vuren. Ik concentreer me echter eerst op de heftrucks die gevaarlijk uitziende vaten in mijn richting vervoeren. De vaten zien er gevaarlijk uit door de rode kleur en op het moment dat ik daar wat lood in pomp, blijkt pas hoe gevaarlijk het goedje echt is. Een explosie volgt en zet een gedeelte van het plein in vuur en vlam. De heftruck explodeert in deze vlammenzee nog ver voor het een bedreiging vormt voor mij. Enkele van de werkmensen die dachten mij te kunnen neerschieten, leggen hierbij het loodje. Na het afknallen van nog enkele werkmensen / bewakers, ben ik alleen op het plein. Ik voel de adrenaline toenemen. Ik klim op een aantal gestapelde containers en ik neem de kogelvrije vest tot mij die hier achteloos rondslingert. Ik spring naar beneden, op een muurtje dat zich op de hoogte van de laaddokken bevindt. Ik richt mijn wapen op de console die toegang verschaft tot de poort, die nu nog gesloten is. Een welgemikt schot later schiet de poort omhoog.
De twee mensen die zich erachter bevonden beginnen hun wapen leeg te schieten op mij. Ouch. De linker mik ik een kogel door zijn hoofd, de rechter twee vol in de borst. Ik vervolg mijn weg doorheen de loods. De paletten blokkeren niet alleen de vrije toegang, maar ook het zicht. Het lijkt wel een doolhof. Ik vervolg mijn weg door dit doolhof, terwijl af en toe een bewaker vanachter een hoekje komt loeren. Een kogel door zijn oog en hij loert niet meer zo vlot. Ook hier kan ik me nog tegoed doen aan een kogelvrije vest en zelfs een levensreparerend hartje. Met volle statistieken vervolg ik mijn weg, niet geheel gerust. Beide giften zijn vaak een voorbode voor onheil. Ik kom aan een doorgang in het midden van de loods, die uitkijkt op een open ruimte die het grootste deel van de rest van het gebouw inneemt. Aan het einde is een trap, die uitgeeft op loopbaan boven, met een kantoor. In de open ruimte zie ik meerdere bewakers. Ik blijf zover mogelijk uit het zicht en begin ze neer te knallen. Chaos alom. Sommige bewakers proberen op me af te komen, andere beginnen dekking te zoeken. Ondanks, of misschien net dankzij, de chaos kan ik de meeste omleggen, nog voor ik me in de open ruimte begeef. Ik weet dat er nog enkele bewakers verscholen zitten, maar ik begeef me toch al in de richting van de ruimte. Eenmaal ik daar ben draai ik me onmiddellijk naar links en maak komaf met de verscholen bewaker door middel van een hoofdschot. Tijd om naar het bloed te kijken dat uit zijn nek spuit heb ik niet, want de twee bewakers aan de rechterkant nemen mij onder vuur. Hoe durven ze. Niet veel later liggen ook zij plat tegen de grond. Terwijl ik hun ammunitie bijeenraap, laten mijn voetsporen een bloederig spoor achter. Ik klim de trap op en kijk even rond. In het kantoor bevindt zich waarschijnlijk mijn doelwit.
Even rust ik, me voorbereidend op het volgende deel, het uitschakelen van de leider. Ik merk echter op dat ik de leider door de open deur van het kantoor kan zien. Even twijfel ik, maar besluit dan toch maar mijn kans te wagen. Ik ga het kantoor niet binnen, maar ik begin op de onwetende man te schieten. Ik houd me klaar om het kantoor in te rennen als dat nodig mocht blijken, maar het geluk zit me een keertje mee. De man blijft staan, terwijl ik hem met kogels bestook. Hehe. Het doet me even de spelwereld verlaten en in de realiteit belanden, maar het maakt het voltooien van deze missie wel een pak gemakkelijker. Mij hoor je dus niet klagen. Ik hou van computer glitches. De persoon blijkt redelijk bestand tegen kogels, want het duurt een hele tijd voor hij werkelijk het loodje legt. Geeft niet, ik heb de tijd. Wanneer hij er eindelijk de brui aan geeft, verandert de atmosfeer lichtjes en krijg ik een mooi berichtje dat ik geslaagd ben voor mijn missie.
Ik ga nu eindelijk het kantoor binnen om het geld op te rapen dat de leider heeft achtergelaten. Ik ga de andere kant van het kantoor uit, om niet terug door het doolhof te moeten manoeuvreren en als ik daar de trap afga, bevind ik me aan de andere kant van het terrein. Ik loop terug naar de poort waar ik door gekomen ben, om dan te merken dat mijn motor weg is. Ik vloek binnensmonds, alhoewel ik het had verwacht. Ik stap de straat op en wacht tot er een auto komt aanrijden. De brave man stopt voor mij en dat had hij beter niet gedaan. Ik stap naast de wagen en open zijn portier. Ik neem de man bij zijn fletse hemdje vast en ik sleur hem de auto uit.
Tijd om naar huis te rijden.